Visuele beperking in het secundair en hoger onderwijs

 
1. Wat is GON Type 6
Geïntegreerd onderwijs is een samenwerkingsverband tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs.
De GON-dienst type 6, verbonden aan het BuSO van het K.I.Woluwe, biedt onderwijsondersteuning aan jongeren met een visuele beperking in het secundair en hoger onderwijs (professioneel gerichte bachelor). Het geeft hen de kans school te lopen in het gewoon onderwijs (gastschool) en zo dezelfde leerdoelstellingen te bereiken als hun klasgenoten. 
 
 
2. GON-team
Het GON-team type 6 begeleidt jongeren met een ernstige of matige visuele beperking in het secundair en het hoger onderwijs.
Alle GON-begeleiders zijn onderwijskundigen. Het zijn leerkrachten of paramedici (logo, psycho, ortho, ergo) aangevuld met een onderwijsdiploma.
 
Coördinator GON-team type 6
Karin Samson
+32 474 74 47 81
 
 
3. Toelatingsvoorwaarden
Jongeren met een visuele beperking zijn jongeren bij wie op basis van specifieke oogheelkundige diagnostiek een gezichtsstoornis werd vastgesteld die beantwoordt aan minstens een van de volgende criteria :

a) een optimaal gecorrigeerde gezichtsscherpte die kleiner dan of gelijk is aan 3/10 voor het beste oog;

b) een of meer gezichtsvelddefecten die meer dan 50% van de centrale zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch tot minder dan 20° verkleinen;

c) een volledige altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische apraxie of een oscillopsie;

d) een ernstige gezichtsstoornis die uit een geobjectiveerde cerebrale pathologie voortvloeit, zoals cerebrale visuele inperking;

e) een door een oogarts geobjectiveerde visuele problematiek die niet tot criterium a) tot en met d) terug te brengen is, maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten. 

Voor meer informatie zie artikel 259 op volgende link: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14289

 
 Regio:
  •  het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  •  provincie Antwerpen
  •  provincie Limburg
  •  provincie Vlaams-Brabant
  •  provincie Oost-Vlaanderen tot de lijn Geraardsbergen-Lede- Lokeren-Stekene
 
Engagement van de betrokkenen:
  • gastschool
  • leerling
  • ouders
  • CLB van de gastschool (niet in het hoger onderwijs)
 
  
4. Inschrijvingsprocedure
Iedereen die aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kan GON- begeleiding krijgen als er  ondersteuningsnoden zijn.
Het is de CLB-medewerker die de aanvraag doet bij de GON-coördinator. 

 

 AANMELDING GON-LEERLING SECUNDAIR ONDERWIJS

1. Het CLB van de gastschool brengt de onderwijsnoden in kaart, neemt contact op met de GON-coördinator en start het gemotiveerd verslag op waarbij luik 1 en luik 2 digitaal worden doorgestuurd naar de GON-coördinator als aanmelding.

2. (Voorlopige) GON-begeleider helpt vanuit handicap specifieke kennis mee aan het opmaken van het gemotiveerd verslag en het zo volledig mogelijk in kaart brengen van de ondersteuningsnoden. Dit kan gebeuren op een eerste overlegmoment.

3. Startvergadering op de gastschool waarbij de leden van het integratieteam (ouders, gastschool, CLB en GON-begeleider) het gemotiveerd verslag ondertekenen en het GON-traject in kaart brengen (voor 1 oktober)

 

AANMELDING GON-LEERLING LAATSTE GRAAD LAGER ONDERWIJS

1. Om de onderwijsnoden van een jongere die de overgang maakt naar het secundair goed in kaart te brengen, is er reeds in het laatste jaar van het lager collegiaal overleg met een (voorlopige) GON-begeleider van het secundair. In overleg met het CLB van het lager kan GON secundair aansluiten op evaluatievergaderingen.

2. De onderwijsnoden van het secundair worden door de verschillende partijen zo goed mogelijk in kaart gebracht. De beslissing of de GON-leerling in het secundair nog GON nodig heeft is een beslissing die het CLB van het lager in overleg met het CLB van het hoger neemt.

3. Indien de noodzaak aan GON bevestigd wordt, worden de stappen AANMELDING GON-LEERLING SECUNDAIR ONDERWIJS doorlopen.

 

AANMELDING GON-LEERLING HOGER ONDERWIJS

Voor het overgangsjaar 2016-2017 hebben leerlingen recht op GON in het hoger op basis van recht op GON in het secundair.

1. Aanmelding bij coördinator GON of via CLB

2. Eerste contacten via GON-coördinator (verzamelen van info)

3. Toewijzing (voorlopige) GON-begeleider en kennismaking

4. (Voorlopige) GON-begeleider stelt GON-dossier samen

5. Het GON-traject in kaart brengen en een engagementsverklaring ondertekenen (voor 1 oktober)

 

  
5. Vereiste documenten
- Om in aanmerking te komen voor GON-begeleiding dient de jongere te beschikken over een (gemotiveerd) verslag opgemaakt door het CLB. Het CLB van de gastschool brengt de onderwijsnoden in kaart. Luik 1 en luik 2 dienen digitaal te worden doorgestuurd naar de GON-coördinator als aanmelding (bij voorkeur voor 30 juni , ten laatste voor 1 oktober).

- Uit het gemotiveerd verslag moet blijken dat de ondersteuning vanuit het geïntegreerd onderwijs, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen. De GON-begeleider helpt vanuit handicap specifieke kennis mee aan het opmaken van het gemotiveerd verslag.

- Op een startvergadering wordt het GON-traject in kaart gebracht door de leden van het integratieteam (ouders, gastschool, CLB en GON-begeleider) en wordt het gemotiveerd verslag ondertekend (voor 1 oktober). Ook de leerling zelf moet dit tekenen.

- Voor jongeren met een visuele beperking is het voor handen hebben van de medische informatie rond de leerling een absolute meerwaarde voor de GON begeleider. Aangezien elke visuele inperking van een andere aard is, zijn ook de gevolgen op het visueel functioneren anders. Goede medische beeldvorming is dus onontbeerlijk. Vanuit onze expertise en in overleg met de revalidatieoogartsen stelden we hier handvaten rond op. Deze kunnen steeds bij ons bevraagd worden.

 

Leerlingen die beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs (opgemaakt door het CLB) kunnen zich ook inschrijven in het gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarden.

- De leerling krijgt een individueel aangepast curriculum, met GON-begeleiding. De leerling hoeft in dat geval niet meer dezelfde doelen te halen als de medeleerlingen. In het secundair onderwijs maakt de leerling jaar na jaar studievoortgang via een attest van verworven bekwaamheden.

- De school oordeelt na overleg met de ouders en het CLB dat de aanpassingen die nodig zijn om een leerling een individueel aangepast curriculum te laten volgen onredelijk zijn. De school ontbindt de inschrijving. De leerling zoekt dan, eventueel met de hulp van het lokaal overlegplatform (LOP), een andere gewone school. De leerling kan ook naar het buitengewoon onderwijs gaan.

- Als de school, de ouders of het CLB van oordeel zijn dat de leerling met een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs  wel in staat is om het gemeenschappelijk curriculum in een gewone school te volgen, dan kan het CLB - indien akkoord - het verslag opheffen. De leerling heeft dan onverkort recht op een inschrijving in een gewone school.

 
 
6. Duur en frequentie van de GON-begeleiding

De duur en de frequentie van de GON-begeleiding is afhankelijk van de ernst van de visuele beperking. Deze wordt bepaald door het CLB secundair. Voorop staan de zorgvraag en de onderwijsnoden.

Een leerling is ernstig slechtziend wanneer zijn gezichtsscherpte, na optische correctie, maximaal één tiende voor elk oog is, en/of indien hij aangewezen is op brailleschrift.

Uit de nota ‘Implementatie M-decreet vanaf 16-17 (11.03.2016) citeren we:

Om te toetsen of voldaan is aan de kwalificatie ‘matig’ of ‘ernstig’ moet er medische informatie aangeleverd zijn. Het toekennen van de kwalificatie ‘matig’/’ernstig’ in kader van GON-ondersteuning is een beslissing die finaal door het CLB grondig onderbouwd en genomen wordt. Geen enkele categoriale classificatie is automatisch ‘matig’ of ‘ernstig’. Het zijn steeds de onderwijsbehoeften die de doorslag geven. CLB-teams krijgen voor het bepalen van ‘ernstig’ een zekere beoordelingsmarge. Om af te wijken van de strikte criteria bij ‘ernstig’ zijn er twee voorwaarden:
- Medische informatie moet beschikbaar zijn
- Afwijking van de criteria moet grondig onderbouwd en gemotiveerd worden


Aangezien de impact van een visuele beperking en het daaraan gekoppeld visueel functioneren niet makkelijk in kaart te brengen is , zijn we als GON-dienst voorstanders om deze overweging van matig/ernstig in alle openheid te bespreken en vanuit verschillende invalshoeken (zijnde medisch vanuit revalidatieoogarts/revalidatiecentrum, schools functioneren vanuit GON en gastschool, CLB vanuit het groter geheel)

Vanuit onze jarenlange ervaring, en ook zo beaamd door de revalidatieoogartsen, weten we dat de strikte meting van louter de "gezichtsscherpte voor ver" weinig zegt over gevolgen voor het visueel functioneren, bijvoorbeeld over de leesmogelijkheden, mobiliteit, sociaal-emotioneel, werkhouding, … en de relatie tot hulpmiddelen. Er zijn immers tal van bijkomende gegevens die het totaalbeeld maken. Zoals daar zijn gezichtsscherpte nabij, centraal gezichtsveld, contrastgevoeligheid & oculomotoriek (leesmogelijkheden), perifeer gezichtsveld & lichtadaptatie (mobiliteit), aard en prognose van de oogaandoening (sociaal-emotioneel),  wisselend functioneren & vermoeidheid (werkhouding), …


- GON-leerlingen met een matige visuele beperking genereren per onderwijsniveau (secundair / hoger) 2 schooljaren GON-begeleiding (2 eenheden van 50 minuten per week).

- GON-leerlingen met een ernstige visuele beperking genereren GON-begeleiding gedurende de volledige schoolloopbaan (4 eenheden van 50 minuten per week).De frequentie van de GON-begeleiding wordt in de mate van het mogelijke afgestemd op de hulpvragen van de leerling. Doorsnee krijgt de GON-leerling wekelijks 1 lesuur individuele GON-begeleiding op school.  De andere uren worden gebruikt voor de ondersteuning van het gastschoolteam, voor omzettingen van leerboeken, toetsen, proefwerken, ... en voor aanvullende ondersteunende initiatieven (sociale vaardigheden, mobiliteit, ...).

- De GON-begeleiding gebeurt tijdens de lesuren. De leerling wordt tijdens de GON-begeleiding lesvrij gemaakt. Slechts uitzonderlijk vindt de begeleiding plaats tijdens de middag of na de lesuren.

- De GON-begeleiding gebeurt individueel in een apart lokaal op de gastschool.

 

7. Wat houdt GON-begeleiding in?

Volgende doelstellingen worden nagestreefd:
 
Leerlinggericht:
  • informeren en sensibiliseren van leerkrachten en medeleerlingen (introductievergadering, inleefles, …)
  • aanpassen van studiemateriaal.
  • ondersteuning bieden bij het zoeken naar, werken met, evalueren van de nodige hulpmiddelen en contacten onderhouden met de betrokken diensten (b.v. Low Vision Dienst,…)
  • begeleiden van het studieproces
  • begeleiding bieden op sociaal en emotioneel vlak: communicatie, zelfredzaamheid, aanvaarding van de beperking, sociale vaardigheden, enz.
 
Schoolgericht:
  • adviseren en informeren van het schoolteam
  • didactische ondersteuning bieden aan de vakleerkracht
  • opvolgen van administratieve zaken, zoals de financieringsaanvraag voor omzettingen en hulpmiddelen, het GON-dossier, enz.
  • communicatie en overleg omtrent de GON-begeleiding
 
Oudergericht:
  • uitwisselen van informatie
  • adviseren bij hulpmiddelen, studiekeuze, enz.
  • betrekken bij overleg
 
In Woluwe wordt de GON- begeleiding gecombineerd met een uitgebreide werkgroepwerking: sociale vaardigheden (SOVA), relationele- en seksuele vorming (RSV), hulpmiddelen, mobiliteit, sociaal-emotionele begeleiding (SEB)…
 
Daarnaast is er de logistieke dienst: het aanmaken van figuren en kaartmateriaal, vergrotingen, digitaliseren van boeken,…
 
Naast de individuele begeleiding en de aanwezigheid in de leraarskamer, vindt er tweemaal per jaar op de gastschool een evaluatiemoment plaats (januari en juni). Tijdens deze vergadering buigen de ouders, de schooldirectie, het CLB en de GON-begeleider zich over het verloop van de GON-begeleiding en de vorderingen van de GON-leerling. De bedoeling is de begeleiding indien nodig bij te sturen om zo goed mogelijk te beantwoorden aan de hulpvraag van de leerling, de ouders en de gastschool.
 
 
 
8. Extra activiteiten 
 
Infodag “Wat na de lagere school?”
 
Jaarlijks worden de leerlingen met een visuele beperking van het 5de en 6de leerjaar lager onderwijs samen met hun ouders uitgenodigd voor een uitgebreid informatiemoment over de werking van het GON in het secundair onderwijs. Er wordt ook ruimte gemaakt om ervaringen uit te wisselen met andere ouders van GON-leerlingen.
 
 
Infodag “Wat na het secundair?”
 
Tweejaarlijks worden de GON-leerlingen van de derde graad secundaire onderwijs (5de, 6de, 7de jaar) uitgenodigd voor een uitgebreid informatiemoment over wat te doen na het secundair onderwijs. Er wordt een antwoord geboden op onder meer volgende vragen:
 
  • Hogere studies of gaan werken?
  • Hogeschool of universiteit?
  • Ondersteuning op hogeschool of universiteit?
  • Hoe zoeken naar een geschikte job?
  • Thuis blijven wonen of zelfstandig wonen?
  • ...
 
 
Infodag “Op zoek naar werk”
 
Tweejaarlijks worden GON-leerlingen of oud-GON-leerlingen (studenten aan de hogeschool, de universiteit of pas afgestudeerden) uitgenodigd voor een uitgebreid informatiemoment over gaan werken. Er wordt een antwoord geboden op onder meer volgende vragen:
 
  • Hoe zoeken naar een geschikte job?
  • Welke diensten ondersteunen hierin?
  • Thuis blijven wonen of zelfstandig wonen?
  • Welke diensten ondersteunen hierin?
  • ...
 
 
SOVA (activiteiten sociale vaardigheden)
 
Binnen de GON-werking in Woluwe bestaat de werkgroep SOVA (SOciale VAardigheden). Deze werkgroep heeft als doel de sociale competentie van jongeren met een visuele beperking te bevorderen om hun integratie in de wereld die ‘visueel gericht is’, mogelijk te maken.
 
Er worden per schooljaar 5 activiteiten georganiseerd (waaronder één tweedaagse).
 
Tijdens deze bijeenkomsten worden verschillende werkvormen gebruikt. Het is belangrijk dat jongeren leren stilstaan bij zichzelf, hun eigen gedrag en gevoel, maar ook bij het gedrag van anderen. In groepsgesprekken reflecteren jongeren over deze aspecten. Dat kan in grote groep, maar vaak is er een opdeling in kleinere subgroepen, afhankelijk van de inhoud.
 
Naast gesprekken zijn er ervaringsgerichte activiteiten, zoals openbaar vervoer nemen, een stadsspel, een kookactiviteit, … waarin aspecten van sociale competentie rechtstreeks geoefend kunnen worden.
 
De groep bestaat uit een 20-tal jongeren en een team enthousiaste begeleiders (GON-leerkrachten, BuSO-leerkrachten en thuisbegeleiders)

behoort tot  de Broeders van Liefde