Ondersteuning type 6

Voor meer informatie over de ondersteuning in het basisonderwijs van kinderen met een visuele beperking verwijzen wij u graag naar de site
van het ondersteuningsteam type 6  Ganspoel
 
2. Secundair
Meer info over de ondersteuning in het secundair onderwijs van jongeren met een visuele beperking vindt u hieronder.
 

1. Wat is Ondersteuning Type 6

Het ondersteuningsteam type 6, verbonden aan BuSO Ganspoel afdeling K.I.Woluwe, biedt onderwijsondersteuning aan jongeren met een visuele beperking en hun scholen binnen het secundair onderwijs. Het geeft hen de kans school te lopen in het gewoon onderwijs.

Het hoger onderwijs neemt de ondersteuning intern op maar kan bijkomend onze expertise inkopen.  

2. Ondersteuningsteam type 6 BuSO Ganspoel afdeling K.I. Woluwe.

We zijn een enthousiast team met verschillende opleidingsachtergronden (leerkrachten, logopedisten, psychologen, orthopedagogen, ergotherapeuten,...) en hebben allen een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Als team werken we nauw samen en hebben we op regelmatige basis intervisiemomenten en teamvergaderingen. Samen met externe partners bouwen we onze expertise uit en gaan we voor het versterken van de leerling en zijn omgeving.

3. Toelatingsvoorwaarden.

Om ondersteuning te kunnen genieten vanuit onze dienstverlening moet er aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.

  1. De jongere moet een visuele beperking hebben
  2. Er moet een gemotiveerd verslag of verslag type 6 zijn
  3. De school gewoon onderwijs moet ondersteuningsnoden hebben.
  4. De school gewoon onderwijs moet de leerling registreren via Discimus voor de teldatum van 1 oktober / 1 februari.
  5. De school moet binnen onze werkingsregio vallen, er kan wel netoverschrijdend gewerkt worden.

Regio's waarbinnen we ondersteuning bieden:

  •  het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  •  provincie Antwerpen
  •  provincie Limburg
  •  provincie Vlaams-Brabant
  •  provincie Oost-Vlaanderen tot de lijn Geraardsbergen-Lede- Lokeren-Stekene

4. Wanneer spreekt men van een visuele beperking?

Jongeren met een visuele beperking zijn jongeren bij wie op basis van specifieke oogheelkundige diagnostiek een gezichtsstoornis werd vastgesteld die beantwoordt aan minstens één van de volgende criteria:

a) een optimaal gecorrigeerde gezichtsscherpte die kleiner dan of gelijk is aan 3/10 voor het beste oog;

b) een of meer gezichtsvelddefecten die meer dan 50% van de centrale zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch tot minder dan 20° verkleinen;

c) een volledige altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische apraxie of een oscillopsie;

d) een ernstige gezichtsstoornis die uit een geobjectiveerde cerebrale pathologie voortvloeit, zoals cerebrale visuele inperking;

e) een door een oogarts geobjectiveerde visuele problematiek die niet tot criterium a) tot en met d) terug te brengen is, maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten. 

Voor meer informatie zie artikel 259 op volgende link: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14289

 

5. Opmaak van een gemotiveerd verslag of verslag

Wanneer een leerling aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kan er een gemotiveerd verslag of verslag opgemaakt worden door het CLB. 

Wanneer doorheen het schooljaar blijkt dat de leerling met een meervoudige beperking toch meer hulp nodig heeft op andere vlakken dan type 6 gerelateerde problematieken, kan een aanpassing van het type verslag pas het daaropvolgende schooljaar plaatsvinden.

5.1. Wat is een gemotiveerd verslag

Uit het gemotiveerd verslag moet blijken dat de ondersteuning vanuit het geïntegreerd onderwijs, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen.

5.2. Wat is een verslag

Als er door CLB beoordeeld wordt dat de leerling (mits toepassing REDICODI) het gemeenschappelijk curriculum niet kan behalen wordt er een verslag opgemaakt.

Leerlingen die beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs (opgemaakt door het CLB) kunnen zich ook inschrijven in het gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarden. De school heeft dan 60 dagen om na te gaan of de aanpassingen al dan niet redelijk zijn om het traject verder te zetten of de leerling alsnog uit te schrijven.

- De leerling krijgt een individueel aangepast curriculum, met ondersteuning. De leerling hoeft in dat geval niet meer dezelfde doelen te halen als de medeleerlingen. In het secundair onderwijs maakt de leerling jaar na jaar studievoortgang via een attest van verworven bekwaamheden.

- Indien de school na overleg met de ouders en het CLB oordeelt dat de aanpassingen die nodig zijn om een leerling een individueel aangepast curriculum te laten volgen onredelijk zijn, wordt de leerling uitgeschreven. De school ontbindt de inschrijving max 60 dagen na de inschrijving. De leerling zoekt dan, eventueel met de hulp van het lokaal overlegplatform (LOP), een andere gewone school. De leerling kan ook naar het buitengewoon onderwijs type 6 gaan.

- Als de school, de ouders of het CLB van oordeel zijn dat de leerling met een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs wel in staat is om het gemeenschappelijk curriculum in een gewone school te volgen, dan kan het CLB - indien akkoord - het verslag opheffen. De leerling heeft dan onverkort recht op een inschrijving in een gewone school.

5.3. Wanneer wordt er een gemotiveerd verslag of een verslag opgemaakt

a) overgang basis naar secundair onderwijs

Bij de niveauovergang van basisonderwijs naar secundair onderwijs moet er een nieuw gemotiveerd verslag of verslag opgemaakt worden door het CLB.

Duidelijke nood aan ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel

Indien duidelijk is dat, ongeacht welke school gekozen wordt, ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel zal nodig zijn, dan finaliseert het huidig CLB-team het gemotiveerd verslag (inclusief formalisering in LARS). Idealiter gebeurt dit na overleg met de toekomstige school en het toekomstig CLB-team, om te vermijden dat verkeerde verwachtingen worden geschapen. De toekomstige school beslist immers of ze wel of niet aanmelden voor ondersteuning. Dit dient door het huidige CLB-team ook duidelijk aangegeven te worden aan ouders.

Twijfel over de nood aan ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel

Indien niet volledig duidelijk is of ondersteuning nodig is vanuit het ondersteuningsmodel, wordt het gemotiveerd verslag niet gefinaliseerd door het huidig CLB-team, maar wordt gezorgd voor een warme overdracht naar de toekomstige school en het toekomstige CLB-team. Ook in deze situatie zal het de verantwoordelijkheid zijn van de toekomstige school om aan te melden, als geoordeeld wordt met het toekomstige CLB dat het gemotiveerd verslag gefinaliseerd kan worden.

De manier van werken in het lager onderwijs is sterk verschillend van die in het secundair onderwijs. Om de overgang zo vlot mogelijk te laten verlopen, werken we in de loop van het zesde leerjaar samen met onze collega's OTT6 Ganspoel basis. Samen brengen we de onderwijsbehoefte van de leerling in kaart. Het CLB beslist of er voor het secundair een nieuw (gemotiveerd) verslag wordt opgemaakt. Hierin worden de onderwijsnoden en onderwijsbehoeften van het kind en de school omschreven.

b) Overgang buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs

Bij de overgang van buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs beslist de klassenraad van het buitengewoon onderwijs samen met het CLB of de leerling voldoet aan de voorwaarden om onder een gemotiveerd verslag de overgang te maken. Zo niet wordt er gestart met een verslag.

De school buitengewoon onderwijs laat deze overstap liefst in de loop van het tweede trimester aan het OTT6 weten om verder samen de overstap en voorbereiding op het komende schooljaar op te nemen. Zo kan er tijdig gestart worden met observaties en overlegmomenten. Op die manier kan er een goed beeld geschetst worden van de manier van werken van de leerling, zijn (nood aan) hulpmiddelen, aanpassing van studiemateriaal,...

c) Nieuwe aanmelding

Voor jongeren met een visuele beperking die in het verleden geen ondersteuning kregen, kan ten alle tijden een gemotiveerd verslag of een verslag opgemaakt worden door het CLB indien er specifieke onderwijsbehoeften zijn.

Ook hier is communicatie belangrijk ter voorbereiding. Het is wenselijk dat de CLB-medewerker of de gastschool tijdig contact opneemt met de coördinator type 6.

 

6. Keuze ondersteuningsteam

Het ondersteuningsmodel is georganiseerd volgens twee sporen, voor de ondersteuning van leerling met een visuele beperking spreken we over de kleine types.

omzendbrief NO/2017/02 van 16/06/2017:“Om ondersteuning voor deze types te bekomen kan de school voor gewoon onderwijs een bilaterale samenwerking aangaan met een school of scholen voor buitengewoon onderwijs. Die kiest ze samen met de ouders.

Ook al hebben vrijwel alle scholen voor buitengewoon onderwijs met een aanbod voor type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) zich aangesloten bij een ondersteuningsnetwerk, toch moet een school voor gewoon onderwijs zich voor de bilaterale samenwerking niet noodzakelijk richten tot een school met dergelijk aanbod van het eigen ondersteuningsnetwerk. De school voor gewoon onderwijs mag zich ook richten tot een school voor buitengewoon onderwijs die niet tot het eigen ondersteuningsnetwerk behoort. Scholen voor buitengewoon onderwijs met een aanbod voor de genoemde types mogen zich niet beperken tot ondersteuningsvragen van scholen voor gewoon onderwijs van het eigen ondersteuningsnetwerk. Ze moeten ook ondersteuningsvragen opnemen van scholen voor gewoon onderwijs die niet tot het eigen ondersteuningsnetwerk behoren. De regelgeving voorziet tevens dat scholen voor buitengewoon onderwijs met een aanbod voor type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) netoverschrijdend moeten samenwerken om de ondersteuningsvragen van gewone scholen op te vangen.”

Het is de school gewoon onderwijs die de zorgregie beheert. Zij gaat na of zij al dan niet zelf aan de extra ondersteuningsnoden kan voldoen. 

Indien ondersteuning gewenst is, is het de school gewoon onderwijs die in samenspraak met ouders beslist bij welk ondersteuningsteam type 6 er aangemeld wordt. 

Ondersteuning voor jongeren met een visuele beperking vertrekt dus vanuit de school buitengewoon onderwijs waar er een aanbod type 6 aanwezig is.

 

7. Aanmelden bij het ondersteuningsteam type 6 BuSO Ganspoel, afdeling K.I.Woluwe

Het is aan de school gewoon onderwijs om in samenspraak met de ouders te kiezen welke ondersteuningsdienst de begeleiding zal opnemen.

Vanuit het ondersteuningsteam type 6 BuSo Ganspoel afdeling K.I. Woluwe kunnen we de ondersteuning van jongeren in het secundair onderwijs opnemen. Wij komen in alle provincies, behalve West-Vlaanderen en voor de provincie Oost-Vlaanderen hebben we regioafspraken met Spermalie - De Kade, onze collega-school voor buitengewoon onderwijs type 6 uit Brugge.

De aanmelding gebeurt door de school gewoon onderwijs zodra het duidelijk is dat er voor een leerling specifieke onderwijsnoden zijn en er een gemotiveerd verslag of verslag door het CLB opgemaakt wordt.

De aanmelding kan rechtstreeks gebeuren bij het ondersteuningsteam type 6 KI Woluwe. Men kan contact opnemen via mail of telefoon. Het aanmeldingsformulier wordt dan toegestuurd. Ook met vragen kan u hier steeds terecht.

Ondersteuningtype6@kiwoluwe.be

Karin Samson 

Coördinator ondersteuningsteam type 6

BuSO Ganspoel afdeling K.I. Woluwe

Tel: 02 735 40 85

GSM: 0474 74 47 81

mail: karin.samson@kiwoluwe.be

 

8. Ondersteuning door het ondersteuningsteam.

Op het eerste overlegmoment helpt de ondersteuner vanuit handicapspecifieke kennis de ondersteuningsnoden te concretiseren. 

Om het ondersteuningstraject in kaart te brengen is de aanwezigheid van ouders, vertegenwoordiger van de school (directie, zorg, klasleerkracht,...)  CLB en ondersteuner een meerwaarde.

8.1. Vereiste documenten

De leerling moet in het bezit zijn van een gemotiveerd verslag of een verslag. Deze worden opgemaakt door het CLB.

Voor jongeren met een visuele beperking is het voor handen hebben van de medische informatie rond de leerling een absolute meerwaarde voor de ondersteuner. Aangezien elke visuele inperking van een andere aard is, zijn ook de gevolgen op het visueel functioneren anders. Goede medische beeldvorming is dus onontbeerlijk. Vanuit onze expertise en in overleg met de revalidatieoogartsen stelden we hier handvaten rond op.

8.2 Duur en frequentie van de ondersteuning

De duur en de frequentie van de ondersteuning zijn afhankelijk van de zorgvragen van de leerling en de onderwijsnoden van de school.

De duur van het traject is flexibel en wordt bepaald in samenspraak met de verschillende actoren.
De frequentie kan variëren van twee maal per week, wekelijks, tweewekelijks of op afspraak. De planning gebeurt binnen de mogelijkheden van het totaal van de begeleidingseenheden en rekening houdend met de agenda van de ondersteuners. Evaluatievergaderingen kunnen de afspraken bijsturen.

De leerlinggerichte ondersteuning gebeurt tijdens de lesuren. De leerling wordt voor individuele ondersteuning lesvrij gemaakt. Afhankelijk van de ondersteuningsnoden kan de begeleiding ook in de klas plaatsvinden, bijvoorbeeld tijdens praktijklessen, observatiemomenten,…. Slechts uitzonderlijk vindt de begeleiding plaats tijdens de middag of na de lesuren.

8.3. Wat houdt ondersteuning in?

De ondersteuning gebeurt individueel of op klasniveau op de gastschool en kan zowel leerlinggericht, leerkrachtgericht als schoolgericht zijn.

Waar werken we rond

  • we informeren, sensibiliseren en adviseren leerkrachten en het schoolteam, medeleerlingen, CLB en ouders (introductievergadering, startvergadering, regelmatig overleg, klassenraden, inleefles,…).

  • we passen studiemateriaal aan (theorie, praktijk, stages)

  • we ondersteunen bij de nodige hulpmiddelen (observatie, mee zoeken naar, aanvragen, werken met, in de klas, evalueren van,
    contacten met Low Vision Dienst,…)

  • we begeleiden het studieproces, individueel of in de klas

  • we versterken/ondersteunen de zelfstandigheid van de leerling in het klasgebeuren, en we sturen bij waar nodig.

  • we reiken werkvormen op basis van de onderwijsbehoeften aan

  • we coachen de vakleerkrachten, bieden praktijkondersteuning en stagebegeleiding

  • we begeleiden op sociaal en emotioneel vlak (communicatie, zelfredzaamheid, aanvaarding van de beperking, sociale vaardigheden,…)

  • we volgen administratieve zaken op (financiering, dossier, hulpmiddelen,…)

 

Onze expertise:

We bouwen onze expertise type 6 uit via diverse werkgroepen:

  • sociale vaardigheden (project SOVA met weekends en activiteiten)
  • relationele- en seksuele vorming (aangepast voelmateriaal, werkvormen,...)
  • hulpmiddelen (gebruik, interne vormingen, laatste ontwikkelingen,...)
  • mobiliteit (stoklopen, begeleidingstechnieken, trajecten aanleren,...)
  • wiskunde (Vlaamse Wiskunde Code, omzetten materiaal, technologische wiskundige hulpmiddelen en software,...)
  • visueel functieonderzoek (in kaart brengen van het visueel functioneren van de leerling)
  • ...

Daarnaast hebben we een logistieke en grafische dienst. Zij zorgen voor het aanmaken van figuren en kaartmateriaal voor slechtzienden en blinden, vergrotingen, digitaliseren van boeken, omzettingen naar braille en reliëftekeningen,…

We vullen onze expertise aan door samenwerking met externe partners (oa. Brailleliga, Vlaams Oogpunt Licht en Liefde, omzetcentra, Low Vison,  consultatie oogarts,...).

 

9. Samenwerkingen en infodagen

Samenwerking met OTT basis Ganspoel:

Ondersteuningsnoden zijn steeds contextgebonden. Ze zullen dus anders zijn in het basis onderwijs dan in het secundair onderwijs. We zorgen er daarom voor dat een ondersteuner in de loop van het 6 de leerjaar kan samenwerken met de ondersteuningsdienst van Ganspoel. Het doel van deze samenwerking is een goed beeld te krijgen van de hulpvragen en noden van je kind in deze nieuwe context van secundair onderwijs. Het is wel de school gewoon onderwijs die in samenspraak met CLB en ouders beslist of ondersteuning noodzakelijk is.

Volgende zaken kunnen (rekening houdende met de mogelijkheden van ondersteuners binnen KI Woluwe)  reeds in de loop van het zesde leerjaar opgenomen worden: 

  • Uitwisselen van informatie tussen beide ondersteuners 
  • Kennismaken met de ouders van de leerling 
  • Kennismaken met de leerling  
  • Bijwonen van evaluatiemomenten tijdens het zesde leerjaar
  • Observeren van de leerling in de lagere school 
  • Opsommen van hulpvragen en noden van de leerling 
  • Opsommen van en zoeken naar geschikte hulpmiddelen 
  • In overleg met alle partijen van het integratieteam zoeken naar een geschikte gastschool secundair onderwijs.
  • Kennis maken met de school (scholen) secundair onderwijs 
  • Afspraken maken met de nieuwe gastschool (directie en leerlingenbegeleiding) 
  • Opvragen van de leerboeken van het eerste jaar van de secundaire school, in functie van het tijdig omzetten van leermateriaal.  
  • Opvolgen van de financiering van de omzettingen 
  • Opvolgen van het dossier (gemotiveerd verslag, individueel handelingsplan, medisch verslag, medisch attest, ...) 
  • ...

Bij een duo-begeleiding, die start in het 6de leerjaar, wordt een voorlopige ondersteuner toegekend.

We vullen onze expertise aan door samenwerking met externe partners (oa. Brailleliga, Vlaams Oogpunt, omzetcentra, Low Vison, Licht en Liefde, consultatie oogarts,...).

We organiseren ook een aantal infomomenten en activiteiten:

Infodag “Wat na het secundair?”

Tweejaarlijks worden de leerlingen van de derde graad secundaire onderwijs (5de, 6de, 7de jaar) uitgenodigd voor een uitgebreid informatiemoment over wat te doen na het secundair onderwijs. Er wordt een antwoord geboden op onder meer volgende vragen:

  • Hogere studies of gaan werken?
  • Hogeschool of universiteit?
  • Ondersteuning op hogeschool of universiteit?
  • Hoe zoeken naar een geschikte job?
  • Thuis blijven wonen of zelfstandig wonen?
  • ...

Infodag “Op zoek naar werk”

Tweejaarlijks worden leerlingen of oud-leerlingen (studenten aan de hogeschool, de universiteit of pas afgestudeerden) uitgenodigd voor een uitgebreid informatiemoment over gaan werken. Er wordt een antwoord geboden op onder meer volgende vragen:

  • Hoe zoeken naar een geschikte job?
  • Welke diensten ondersteunen hierin?
  • Thuis blijven wonen of zelfstandig wonen?
  • Welke diensten ondersteunen hierin?
  • ...

SOVA (activiteiten sociale vaardigheden)

Binnen de werking in Woluwe bestaat de werkgroep SOVA (SOciale VAardigheden). Deze werkgroep heeft als doel de sociale competentie van jongeren met een visuele beperking te bevorderen om hun integratie in de wereld die ‘visueel gericht is’, mogelijk te maken.

Er worden per schooljaar 4 activiteiten georganiseerd (waaronder 2 tweedaagse).

Tijdens deze bijeenkomsten worden verschillende werkvormen gebruikt. Het is belangrijk dat jongeren leren stilstaan bij zichzelf, hun eigen gedrag en gevoel, maar ook bij het gedrag van anderen. In groepsgesprekken reflecteren jongeren over deze aspecten. Dat kan in grote groep, maar vaak is er een opdeling in kleinere subgroepen, afhankelijk van de inhoud.

Naast gesprekken zijn er ervaringsgerichte activiteiten, zoals openbaar vervoer nemen, een stadsspel, een kookactiviteit, … waarin aspecten van sociale competentie rechtstreeks geoefend kunnen worden.

De groep bestaat uit een 20-tal jongeren en een team enthousiaste begeleiders (ondersteuners, BuSO-leerkrachten en thuisbegeleiders)

 

10. Contact

Mocht u vragen hebben kan u steeds contact opnemen met

Karin Samson 

Coördinator ondersteuningsteam type 6

BuSO Ganspoel / afdeling K.I.Woluwe

Tel: 02 735 40 85

GSM: 0474 74 47 81

mail: karin.samson@kiwoluwe.be

 

behoort tot  de Broeders van Liefde